Europese fokprogramma’s voor bedreigde diersoorten

Vroeger haalden dierentuinen hun dieren uit het wild. Tegenwoordig komen dierentuinen aan nieuwe dieren via fokprogramma’s. Deze European Endangered Species Programmes (EEP’s), zorgen ervoor dat diersoorten, zoals de neushoorn, niet uitsterven. Hoe werkt dat?

De European Association of Zoos and Aquaria (EAZA), een internationaal samenwerkingsverband van ongeveer 300 dierentuinen en aquaria in Europa en het nabije Oosten, coördineert de EEP’s. De EAZA heeft voor elk fokprogramma een coördinator aangesteld. Deze coördinator verzamelt de gegevens van de dieren en adviseert dierentuinen over de voortplanting. De belangrijkste taak van de coördinator is het voorkomen van inteelt. Wanneer een dierentuin dieren wil laten paren, checkt de coördinator de bloedlijnen van de desbetreffende dieren. Behoren ze tot dezelfde bloedlijn, dan is er sprake van inteelt. Inteelt zorgt doorgaans voor zwakke dieren. Met een gezonde genenpoel is de kans uiteraard veel groter dat bedreigde diersoorten blijven voortbestaan. Het Europese fokprogramma voor neushoorns wordt vanuit Bazel gecoördineerd. Dit fokprogramma is van groot belang omdat er in het wild nog maar weinig neushoorns leven. In Nederland doen onder meer DierenPark Amersfoort en Diergaarde Blijdorp mee aan het Europese fokprogramma voor neushoorns.

Naar het Rhino Journaal archief

 
 
 
   
 
 

Copyright © Suzuki | Sitemap | Contact | Disclaimer